Al sinds de jaren ‘60 van de vorige eeuw probeert de natuurwetenschap de strijdigheid tussen de algemene relativiteitstheorie (op basis van het allergrootste) en de kwantummechanica (op basis van het allerkleinste) op te lossen. Probleem is dat de algemene relativiteitstheorie van Einstein singulariteiten (oneindige dichtheid/kromming) in zwarte gaten voorspelt, waar de theorie dan ook niet meer overeenkomt met de werkelijkheid. Probleem van de kwantummechanica is dat tijd als een absolute achtergrond wordt gebruikt, wat in strijd is met de speciale relativiteitstheorie van Einstein.
Sinds het publiekelijk bekvechten tussen Albert Einstein en Niels Bohr op de Solvay conventie van 1927 in Brussel zijn beide ‘stromingen’ in twee kampen verdeeld en zijn beide kampen (algemene relativiteitstheorie en kwantummechanica) het op het meest fundamentele niveau van de werkelijkheid inhoudelijk nog steeds niet met elkaar eens.
Er wordt tegenwoordig echter niet meer openlijk geruzied, ze kraken elkaars werk niet meer af, die fase heeft ruim 50 jaar geduurd. Nu negeren ze elkaar liever als het er echt op aankomt. Ze gaan hun eigen gang en hebben ieder hun eigen interpretatie van de werkelijkheid. De ene op basis van het allergrootste en de ander op basis van het allerkleinste.
Ik behoor tot géén van beide kampen en besef mij ook dat ik in géén van beide kampen ben gespecialiseerd. Ik ben in 2014 gestart om vanuit beide kampen ‘out of the box’ te denken. Dat ik daardoor de strijdigheid tussen beide kampen heb kunnen oplossen, in met name het verschijnsel zwarte gaten, mag dan ook méér dan verbazingwekkend heten. Zeker met grote namen die mij voorgingen als John Wheeler (1911 – 2008), bekend van het populariseren van de term ‘zwart gat’ en Stephen Hawking (1942 – 2018), bekend vanwege zijn baanbrekende werk aan zwarte gaten en zijn populaire wetenschapsboek ‘A Brief History of Time’.
Als theorieën verkeerd blijken te zijn, is meestal ons interpreterende verhaal het element dat verkeerd blijkt te zijn – niet de structuur. Neem zwaartekracht. Volgens Newton is de zwaartekracht een kracht die massa’s vanuit de verte op elkaar uitoefenen. Volgens Einstein is het de lokale kromming van de ruimtetijd. Als de zwaartekracht zwak is en de snelheden laag zijn, wijken Einsteins formules voor die van Newton. Newtons zwaartekracht is de energievriendelijke begrenzing van de algemene relativiteitstheorie. Newton had wel de juiste structuur, maar het verkeerde verhaal. Dit verhaal bleek maar een piepklein stukje te zijn van iets veel groters. Newtons zwaartekracht werkte: die had succes omdat hij zich richtte op een klein stukje structuur van de werkelijkheid. Einstein ontdekte een groter stuk, en we zijn er nog niet.
Het verhaal van Einstein blijkt niet te werken in gevallen van bijna onmetelijke energie, zoals bij zwarte gaten. De aanhangers van Einstein hoeven zich geen zorgen te maken. Ook hij had de juiste structuur, maar nog niet het juiste verhaal. Met de ontdekking van het higgsboson in 2012 kan wél het juiste verhaal worden verteld in de vorm van een gekromd energieveld (gravitatieveld). De juiste structuur met het juiste verhaal is dat in beginsel het heelal en het Higgsveld één en hetzelfde zijn (ze zijn logisch equivalent).
Eén van de grootste omwentelingen in de natuurwetenschap is de overgang van het geocentrisch model van Aristoteles in de 3e eeuw voor Christus (het wereldbeeld waarin de zon om de aarde draait) naar het heliocentrisch model van Copernicus in de 16e eeuw na Christus (het wereldbeeld waarin de aarde om de zon draait). Van de zon draait om de aarde naar de aarde draait om de zon.
Op 4 juli 2012 werd bekendgemaakt dat met behulp van de Large Hadron Collider in CERN een deeltje is ontdekt waarvan de massa overeenkomt met die van het higgsboson (populair wetenschappelijk ook wel ‘godsdeeltje’ genoemd). Door ‘out of the box’ te denken kan ik nog een drietal nieuwe omwentelingen in de natuurwetenschap in de natuurwetenschap postuleren.
Ten eerste een omwenteling in de natuurwetenschap met betrekking tot de tijd. Van een wereldbeeld waarin tijd onderdeel is van natuurwetten, naar een wereldbeeld waarin de natuur géén tijd kent. Van tijd als onderdeel van natuurwetten naar de natuur kent géén tijd.
Ten tweede een omwenteling in de natuurwetenschap met betrekking tot het Higgsveld. Van een model dat het heelal gevuld is met het Higgsveld naar een model dat het heelal en het Higgsveld één en hetzelfde zijn; ze zijn logisch equivalent (≡). Van heelal gevuld met Higgsveld naar heelal ≡ Higgsveld.
Ten derde een omwenteling in de natuurwetenschap met betrekking tot zwaartekracht. Van een model waarin zwaartekracht een lokaal gekromde ruimtetijd is naar een model waarin zwaartekracht een lokaal gekromd gravitatieveld is. Van zwaartekracht een lokaal gekromde ruimtetijd naar zwaartekracht een lokaal gekromd gravitatieveld.
Naast het postuleren van drie nieuwe omwentelingen in de natuurwetenschap worden op de website www.higgsveld.com twee nieuwe basisconcepten gepostuleerd. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is het Higgsveld de zolang gezochte donkere energie en het heelal heeft een vierdimensionale vorm.
Wil je hier meer van weten, lees dan het te downloaden pdf document “DRIE NIEUWE OMWENTELINGEN IN DE NATUURWETENSCHAP”.
